In het zuidelijke circuit leek het er eerst op dat we weinig succes zouden hebben. De parkranger die Richard had gehoopt mee te kunnen nemen was al met anderen op pad en zelf zagen we geen enkel spoor van de leeuwen. Maar ook nu bleek communicatie weer van belang. We ontmoetten een andere truck met daarin onder meer de Ranger en die wist inderdaad waar de leeuwen zich die middag ophielden. Dus met gezwinde spoed achter die wagen aan. Na enige tijd stopten we bij een boom waarin twee jonge leeuwen (jaarlingen). Na een reeks foto's ging de andere auto er weer vandoor. Wij namen het zekere voor het onzekere en volgden hen opnieuw. Dat klinkt makkelijker dan gezegd, want zo'n savanne lijkt wel vlak maar als je niet redelijk dicht op je voorganger zit kan die toch zomaar uit het zicht verdwijnen. Maar het ging goed en na verloop van tijd een tweede boom met daarin twee volwassen leeuwinnen. Het schijnt dat mannetjes ook aan boomklimmen doen, doch dat hebben we niet zelf kunnen constateren. Bij de boom met de twee leeuwinnen hebben we een flinke tijd doorgebracht. De andere auto ging op een gegeven moment weg (ze moesten de ranger terugbrengen) en wij besloten te kijken of de twee jongen uit de eerste boom er nog waren. Het was eerst even een stukje spoorzoeken om de bewuste boom terug te vinden maar met z'n drieën lukte dat wel. Helaas lagen de jongen niet meer in de boom. Toch hadden natuurlijk al heel veel geluk gehad. Op het moment dat je ze ziet meestal realiseer je je het niet volledig; toch blijft dieren zien vaak een kwestie van geluk.
Na de leeuwen werd het hoog tijd om weer terug te gaan naar het kamp -je wilt wel voor donker binnen zijn- echter er lag nog meer voor ons in petto. Vlak voor de Rangerpost kwamen we een grote kudde olifanten tegen die rustig de weg aan het oversteken was. En dan kun je ze maar beter voorrang geven.
Opvallend bij dat oversteken is dat de kleintjes in het veld relatief vrij mogen rondlopen. Echter, zodra er een weg moet worden overgestoken dan gaat dat onder escorte van een flink aantal grotere dieren. De weg eenmaal over mogen ze weer vrij. Kennelijk zien olifanten de weg als een gevaar. Of ze dat altijd vinden, of dat het kwam doordat wij er met draaiende motor opstonden is natuurlijk niet helemaal duidelijk. Richard liet de motor met opzet draaien, omdat hij als het nodig mocht zijn direct wilde kunnen rijden. En gezond ontzag voor olifanten dus.
Na een biertje voor de tent, een warme douche en een uitstekende maaltijd weer op tijd naar bed want morgen gaan we vogelen op de Lake Edward Flats. Dit is zeg maar de overgang tussen Lake Edward en het vasteland. Er bestat een kans de shoebill te zien, maar het is wel een eindje rijden en we moeten de ranger ophalen dus weer op tijd op. De volgende morgen is het nog donker als we opstaan. Voor we richting restaurant lopen schijnen we eerst nog wat met de zaklamp rond en we zien voor buurtent nummer 5 een aantal ogen oplichten. Ze blijven waar ze zijn dus we lopen rustig naar het restaurant. Na het ontbijt nog even terug naar de tent om tanden te poetsen. Het is dan inmiddels licht en we zien dat de ogen toebehoren aan twee buffelstieren, die daar kennelijk een rustig plekje hadden gevonden. Nu ze ons zien besluiten ze toch maar te vertrekken en wij zijn blij dat we niet in tent nummer 5 zaten.
Al game-drivend de ranger opgehaald en vervolgens ook weer gamedrivend richting de flats. Op een gegeven moment laat de ranger Richard stoppen en ze wijst in de richting van een van de acacia's verderop. Wij kijken maar we zien niks. Na wat doorvragen blijkt ze niet de acacia te bedoelen waar wij naar kijken, maar eentje een heel stuk verderop. En ja, als je goed kijkt (met verrekijker) dan zie je een paar poten en een staart hangen van.... een luipaard. Ongelofelijk dat de ranger dit vanuit een rijdende auto en met het blote oog had weten te 'spotten'. ''Yes, I like leopard very much so I try to look very well''. De boom met luipaard staat dus ver weg en met een ranger in de auto ga je niet even van het pad af. Gelukkig vindt zij het net zo leuk als wij en geeft ze Richard toestemming om het pad te verlaten en naar de boom te rijden. En dan kan wat ons betreft de dag niet meer stuk, zeker niet als de luipaard vervolgens ook nog even zo vriendelijk is om niet alleen maar van ons weg te kijken. Maar dan moeten we weer verder (we hadden nog best wat langer willen blijven)
We vervolgen onze rit en zien onderweg het inmiddels bijna gewone beeld van groepjes kob, buffels, topi verschillende vogels in een fraai landschap. Bij de flats aangekomen (zie kopfoto) blijkt dat ook daar de droogte flink heeft toegeslagen. Met als gevolg dat veel vogels (en dus ook de shoebill?) verder in de papyrus zitten en niet te zien zijn. Wel treffen we nog een grote kudde buffels die komt drinken.
Een schrijnend beeld geeft de nog niet zo oude olifant die in het water staat en probeert een voorpoot te koelen. Die poot is sterk opgezet en ontstoken en voor zover we kunnen zien zit er een draad (waarschijnlijk een strik) omheen. Als er niets gebeurt, is het dier zeker ten dode opgeschreven. Maar de ranger vertelt ons dat ze in dit soort gevallen wel ingrijpen en dat ze als we terug zijn direct een dierenarts zal waarschuwen. Dat wordt dan trouwens een ingewikkelde actie, het dier moet verdoofd worden zonder hem verder het water in te jagen en dan moet de draad worden verwijderd, de wond verzorgd en een enorme dosis antibiotica toegediend en dan maar hopen dat hij het redt.
Al uitkijkend rijden we weer terug. Wat opvalt is hoever van het water je de sporen van hippo's nog tegenkomt. Ook dat komt door de droogte, ze moeten steeds verder weg om nog gras te vinden. We rijden uiteraard ook nog even langs de luipaardboom, maar de luipaard heeft een ander plekje gezocht. Als we de ranger terugbrengen spreken we af die middag een walk langs de rivier te doen. Eerst weer even bijkomen en siësta houden want Ishasha is de warmste plek tot nu toe.
Zoals gezegd een begeleide riverwalk aan het eind van de middag. We blijken dit keer niet alleen te zijn. Er is een groep Amerikaanse scholieren van de campsite die ook een walk gaat doen. Omdat er maar twee rangers zijn en de groep eigenlijk te groot is voor één ranger gaat een deel van de kids met ons mee. Dat is weer eens een heel andere manier van natuurbeleving. Het is een fraai stel pubers die er natuurlijk vooral geen zin in heeft, of in ieder geval vindt dat ze dat moeten uitstralen. Want als ze na een tijdje te hebben gewandeld het aanbod krijgen om met de andere ranger terug te gaan, dan is dat natuurlijk ook niet de bedoeling. Het is in ieder geval wel weer lekker om wat te lopen. We vinden alletwee dat de vele mogelijkheden om dingen te voet te doen echt een meerwaarde bieden ten opzichte van veel andere safarireizen. Onderweg zien we wat aapjes en vooral nijlpaarden. Door de stijle oevers kun je op sommige plaatsen behoorlijk dichtbij komen. We zijn getuige van de aanvaring tussen twee mannetjes; een gevecht dat met behoorlijk wat gespetter gepaard gaat. Na afloop trekt de voorlopige verliezer zich een eindje terug, maar wekt niet echt de indruk al van plan te zijn op te krassen.
Na de wandeling terug naar het kamp voor alweer onze laatste nacht hier. Morgen verlaten we de savanne en gaan door naar weer een compleet andere bestemming: "Lake Bunyonyi".
Lake Bunyonyi
Na wederom een goede nacht in Ishasha en opstaan zonder buffels (die waren al weg, want we mochten weer eens uitslapen) na het ontbijt de spullen weer ingepakt, uitgebreid gedag gezegd en weer op pad. Onze volgende standplaats zal het Kalebas Camp zijn. We zullen hier "echt" kamperen, nou ja echt, eenmaal aangekomen wordt gevraagd waar we willen staan en dan wordt onze tent voor ons opgezet. Omdat we toch niks anders te doen hadden helpen we een handje, al was het ook goed geweest als we dat niet hadden gedaan. Het is op zich wel lekker dat al dit soort dingen gedaan worden, maar echt helemaal wennen doet het toch niet.
Nadat de tent is opgezet een middagje vrij. Dus lekker wat luieren bij de tent, uitkijken over het meer en speuren naar wat voor ons een van de grootste attracties van dit meer is: otters! Gewone otters hebben we nog nooit in het wild gezien (wel zeeotters) dus onze verwachtingen zijn hoog gespannen. Dat wordt alleen maar beter zodra we van de Nederlandse beheerder Roland horen dat er gisteren vlakbij de camping otters zijn gezien. Tussen het otterwatchen door zijn er gelukkig weer allerlei vogeltjes om de aandacht op te richten.
Rond etenstijd, of meer precies zo op het moment dat ons eten gebracht wordt, ziet Annemiek iets in het water bewegen. En ja hoor, twee otters die redelijk dichtbij langs zwemmen, duikend om dan een stukje verder weer boven te komen. Het is te donker om nog te fotograferen of te filmen, maar we hebben ze gezien. Gaande ons verblijf blijkt dat otters spotten hier wel erg makkelijk is en we zien ze dan ook meerdere keren per dag. Het lukt zelfs om er foto's en een kort filmpje van te maken.

